
Er circuleert een bericht waarin God wordt verwenst, geplaatst onder een foto van Marokkaanse spelers die na hun overwinning neerknielen in dank. De afzender vertegenwoordigt de op een na grootste partij van het land. Ik ga de woorden niet herhalen, want dat herhalen is precies de dienst die ervan verwacht wordt.
Laat ik het benoemen zoals het is. Dit is een vorm van extremisme, en extremisme heeft altijd zijn eigen dogma, ook wanneer het zich tegen religie keert. Het draait niet op een idee, maar op een vijand, en dat vijandbeeld moet voortdurend opnieuw worden gevoed om overeind te blijven. De PVV voert al jaren een politiek die op precies dat ene mechanisme draait: produceer een vijand, oogst de woede, verzilver de aandacht. Er zit geen idee onder, geen programma dat een land vooruithelpt, geen visie die de toets van een normaal gesprek doorstaat. Er is alleen de vijand, en die vijand moet telkens opnieuw worden opgevoerd, omdat er anders niets overblijft om te verkopen.
Dat is het armoedige van deze vorm van politiek. Zij heeft onze woede nodig om überhaupt te bestaan. Een verwensing aan het adres van bijna twee miljard moslims wereldwijd, en de ongeveer een miljoen die in Nederland leven, is geen krachtsvertoon. Het is een bekentenis. Wie zo hard moet schreeuwen om gezien te worden, heeft inhoudelijk niets te bieden. Het is het niveau van het schoolplein, alleen dan met een blauw vinkje en een fractie in de Tweede Kamer.
En juist daarom is de verleiding om mee te doen zo groot, en zo gevaarlijk. Het hele model rekent op de boze moslim. Het heeft het beeld nodig van de gelovige die zijn zelfbeheersing verliest en daarmee elk cliché bevestigt waarmee men ons al jaren wegzet. Geef de PVV die moslim, en je schrijft haar campagne voor haar. Weiger het, en zij staat met lege handen voor een leeg podium.
Onze traditie heeft hier een rationeel en eeuwenoud antwoord op. De Koran beschrijft de dienaren van de Erbarmer als degenen die bescheiden over de aarde gaan, en die, wanneer de dwazen hen aanspreken, antwoorden met “vrede” (Al-Furqan 63). Dat is geen vroomheid die wegkijkt. Het is een nuchtere, strategische keuze: men gunt de provocateur niet de reactie waarop zijn hele opzet drijft. Sabr is hier geen lijdzaamheid maar zelfbeheersing, en zelfbeheersing is een vorm van macht die zulke politici simpelweg niet bezitten, en daarom ook bij ons niet kunnen plaatsen.
Er zit een dieper, bijna methodisch punt onder. Wie zich uitsluitend definieert tégen zijn tegenstander, laat die tegenstander bepalen wie hij is. Dan dicteert de PVV waar wij wakker van liggen, waar onze gesprekken over gaan, hoe wij onszelf zien. De moslimgemeenschap in Nederland heeft dat niet nodig. Zij rust op een eigen intellectueel en spiritueel fundament dat veertien eeuwen ouder is dan deze partij, en dat haar ruimschoots zal overleven. Wie vanuit dat fundament redeneert, laat zich niet opjutten door iemand wiens hele repertoire uit opjutten bestaat.
Daarom, nuchter en zonder drama, aan iedereen die dit verontwaardigd heeft gedeeld. Die verontwaardiging is begrijpelijk, maar zij is precies de bedoeling. Haat met haat beantwoorden is de enige manier om deze politiek te laten winnen. Een gezonde, werkbare samenleving bouw je niet door de minachting te spiegelen, maar door haar te overstijgen. Niet uit zwakte, maar omdat het de enige verstandige zet is.
Laat de PVV de haat maar verkopen. Het is ongeveer het enige wat zij heeft. Wij hoeven het niet te kopen. Wij knielen, wij staan op, en wij gaan verder met het opbouwen van iets, terwijl zij blijft steken in afbreken. Dat verschil is op de lange termijn het enige antwoord dat telt.