Lees

Hij stak de Koran in brand. De Koran antwoordde.

Islamomroep Islamomroep 3 minuten lezen 176 keer gelezen
Hij stak de Koran in brand. De Koran antwoordde.

Hij stak de Koran in brand. De Koran antwoordde.
Een vriend wees mij op een opmerkelijk detail in de beelden van de koranverbranding door Edwin Wagensveld.
Tussen de vlammen lagen opengeslagen pagina’s uit Soerat al-Isrā’. Een van de zichtbare verzen luidde:

وَمَن كَانَ فِى هَـٰذِهِۦٓ أَعْمَىٰ فَهُوَ فِى ٱلْـَٔاخِرَةِ أَعْمَىٰ وَأَضَلُّ سَبِيلًۭا

“Wie in dit wereldse leven blind is, zal ook in het Hiernamaals blind zijn, en nog verder van de Weg zijn afgedwaald.”
Soerat al-Isrā’, 17:72
Wat een aangrijpende gedachte.
Iemand steekt een exemplaar van de Koran in brand, op een dag waarop veel moslims de geboorte van de Profeet Mohammed ﷺ herdenken. Hij ziet papier. Hij ziet een camera. Hij ziet een kans op aandacht.
Maar hij ziet niet wat miljoenen mensen in de Koran vinden: leiding, genezing, barmhartigheid en houvast.
Die blindheid zit niet in de ogen. Zij zit in het hart.
De openliggende verzen
De verbranding was bedoeld om te kwetsen en te provoceren. Om moslims uit hun evenwicht te brengen en daarna te kunnen wijzen naar hun reactie. Niet naar een gesprek. Niet naar argumenten. Maar naar geschreeuw, woede en onrust.
En eerlijk is eerlijk: die boosheid is begrijpelijk. De Koran is voor ons geen gewoon boek. Het is het Woord van Allah. Wie de Koran verbrandt, raakt iets wat diep in het hart van iedere gelovige ligt.
Maar juist daarom moeten wij opletten.
Een groep jongeren trapte in die valkuil. Nadat Wagensveld al was vertrokken, bleven zij achter om de politie uit te dagen en met spullen te gooien. De camera bleef draaien.
Hij stak het vuur aan. Zij leverden hem de beelden.
Op een van de andere openliggende pagina’s stond ook:
يَوْمَ نَدْعُوا۟ كُلَّ أُنَاسٍۭ بِإِمَـٰمِهِمْ ۖ فَمَنْ أُوتِىَ كِتَـٰبَهُۥ بِيَمِينِهِۦ فَأُو۟لَـٰٓئِكَ يَقْرَءُونَ كِتَـٰبَهُمْ وَلَا يُظْلَمُونَ فَتِيلًۭا
“Op de Dag waarop Wij iedere gemeenschap met haar leider zullen oproepen. Wie dan zijn boek in zijn rechterhand ontvangt, zal zijn boek lezen. En hun zal zelfs geen draadje onrecht worden aangedaan.”
Soerat al-Isrā’, 17:71
Hij wilde een Koran verbranden. Maar de Koran herinnerde hem eraan dat hij op een dag zijn eigen boek zal lezen.

Een boek waarin woorden niet verdwijnen. Daden niet worden vergeten. En waarin niemand ook maar het kleinste onrecht wordt aangedaan.
Verderop in dezelfde soera lezen we over mensen die de Profeet ﷺ probeerden uit te dagen en op te jagen. Het patroon is oud: niet zoeken naar waarheid, maar naar een reactie. Niet spreken om te begrijpen, maar prikken om later te kunnen zeggen: “Zie je wel?”
En vervolgens:
وَقُلْ جَآءَ ٱلْحَقُّ وَزَهَقَ ٱلْبَـٰطِلُ ۚ إِنَّ ٱلْبَـٰطِلَ كَانَ زَهُوقًۭا
“En zeg: de Waarheid is gekomen en de valsheid is ten onder gegaan. Voorwaar, de valsheid gaat ten onder.”
Soerat al-Isrā’, 17:81
Alsof de Koran zelf antwoordde.
Hij bracht vuur. De Koran sprak over waarheid.
Hij zocht vernedering. De Koran sprak over verantwoordelijkheid.
Hij wilde moslims uit hun evenwicht brengen. De Koran herinnerde ons eraan dat valsheid uiteindelijk verdwijnt.
Een bladzijde kun je verbranden. De waarheid die erop staat niet.

Geen figuranten
Wij hoeven onze boosheid niet te ontkennen. Maar wij moeten haar ook niet weggeven aan degene die haar tegen ons wil gebruiken.
Wanneer wij schreeuwen, dreigen of geweld gebruiken, verdwijnt zijn belediging naar de achtergrond en wordt onze reactie het nieuws. Dan lijkt de provocateur plotseling het slachtoffer. Dat is precies zijn verdienmodel.
De Koran verdedigen betekent niet haar waarden verlaten. Wij verdedigen haar door te lezen, te begrijpen en te belichamen wat zij ons leert: waardigheid, zelfbeheersing en wijsheid.
Mogelijke wetsovertredingen horen juridisch te worden aangepakt. Maar wij hoeven hem geen publiek, geen bereik en geen gratis reclame te geven.
Laat hem daar staan met zijn aansteker, zijn camera en zijn behoefte aan aandacht.
Alleen.

Verder lezen

Meer nieuws

Alle artikelen →