Wet tegen buitenlandse invloed sneuvelt in Eerste Kamer
De Eerste Kamer heeft een omstreden wetsvoorstel tegen “ongewenste buitenlandse beïnvloeding” na vijf jaar definitief verworpen. Het voorstel was bedoeld om organisaties transparanter te maken over buitenlandse financiering, maar stuitte op brede kritiek vanwege mogelijke inbreuk op grondrechten zoals vrijheid van godsdienst en vereniging.
Critici wezen er al langer op dat de wet in de praktijk impliciet vooral gericht leek op islamitische organisaties, zoals moskeeën en liefdadigheidsinstellingen. Hoewel de tekst algemeen was geformuleerd, werd in het politieke en maatschappelijke debat vaak specifiek naar deze groepen verwezen. Dit riep zorgen op over stigmatisering en ongelijke behandeling.
Senatoren gaven aan dat de wet onvoldoende duidelijk was en te ver kon gaan in het controleren van maatschappelijke en religieuze organisaties. Ook werd gevreesd dat het wantrouwen richting bepaalde gemeenschappen zou vergroten.
Met het wegstemmen van de wet komt een einde aan een langdurig en gevoelig politiek traject dat diepe verdeeldheid liet zien.