Pegida wil Koran verbranden voor Turkse ambassade
Pegida, de anti-islamorganisatie die bekend staat om haar haatacties en mistroostige manier van demonstreren, heeft aangekondigd vandaag een Koran te willen verbranden voor de Turkse ambassade in Den Haag.
Verschillende islamitische organisaties en de politieke partij DENK, hebben de burgemeester van de Hofstad gevraagd om de geplande “opruiingsdemo” te verbieden.
Burgemeester Van Zanen is echter, zoals eerder ook andere burgervaders, in de veronderstelling dat verbieden wettelijk niet kan. Toch is er wel degelijk juridisch een vuist te maken.
Volgens een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, in de zaak E.S. versus Oostenrijk (2009), zijn ongepaste aanvallen op voorwerpen van religieuze verering namelijk niet toegestaan. Daar valt ook het verbranden van de Koran onder.
Aangezien het hier gaat om bindende uitspraken voor alle deelnemende partijen, waaronder ook Nederland, is het toepassen ervan heel wel mogelijk.
Uitgangspunt is namelijk dat lidstaten een positieve verplichting hebben om de zogeheten “religieuze vrede” te beschermen. Dat betekent dat de staat het vreedzame naast elkaar bestaan van religieuze en niet-religieuze groepen en individuen dient te verzekeren door een klimaat van wederzijdse tolerantie in stand te houden.
Onlangs hebben de samenwerkende regionale moskeekoepels (ook wel MPO / de K7 genoemd), in samenwerking met professor Tom Zwart (Universiteit Utrecht), een ‘toolkit’ ontwikkeld voor burgemeesters om in te grijpen bij geplande schennis van de Koran.
De “demonstratie” van vandaag gaat echter vooralsnog door, ondanks de bestaande bezorgdheid en de juridische mogelijkheden om dit te voorkomen.