Extremistische minister Israël bezoekt opnieuw Tempelberg
De extremistische Israëlische minister Ben-Gvir heeft opnieuw een bezoek gebracht aan de Tempelberg in Jeruzalem, in een tijd van verhoogde spanningen met de Palestijnen.
Het bezoek van de minister van Nationale Veiligheid zal waarschijnlijk terecht veroordelingen uitlokken bij de Palestijnen en elders in de moslimwereld. Zelf zegt Ben-Gvir over zijn bezoek: “Ik ben blij dat ik naar de Tempelberg ben gekomen. Ook dit stuk grond is mijn land en het is tevens de belangrijkste religieuze plaats voor het Israëlische volk”. Verder prees hij de aanwezigheid van de politie en zei dat het “bewijst wie de baas is in Jeruzalem”.
Het bezoek komt dagen nadat in Israël “Jeruzalemdag” is gevierd. Dit is een dag waarop de Zionistische staat de inname van Oost-Jeruzalem na de Zesdaagse oorlog van 1967 viert. Vlaggenzwaaiende nationalisten marcheerden afgelopen week over de belangrijkste Palestijnse weg in de Oude Stad van Jeruzalem, waarbij sommigen racistische en anti-Arabische liederen zongen. Ook bezochten honderden kolonisten het gevoelige heiligdom op de heuveltop.
Op Haram al-Sharif, zoals de Tempelberg feitelijk heet, bevindt zich naast de klaagmuur (een restant van de tempel die ooit gebouwd werd door koning Salomo) ook de Al-Aqsa Moskee (de plek die de eerste qibla bepaalde) en de zo iconische Rotskoepel, de plaats vanwaar de Profeet (vzmh) ooit ten hemel voer.
Sinds Israël de plaats in 1967 veroverde, mogen Joden er officieel niet bidden. Dit laatste gebeurt echter steeds vaker, zonder dat de wet er wordt gehandhaafd.
Palestijnen beschouwen de moskee tevens als een nationaal symbool en zien dergelijke bezoeken als provocerend en als een mogelijke voorbode van een Israëlische overname van de moskee. De meeste rabbijnen verbieden joden om er te bidden, maar de laatste jaren is er een groeiende beweging van kolonisten en zionistische religieuze leiders die de eredienst steunen en inderdaad expliciet uitspreken dat het doel uiteindelijk de totale overname van de berg is.