Marokko – Nederland en de ‘negentiende-eeuwse oorlogsvraag’
MONTERREY – Wanneer Nederland en Marokko elkaar vannacht om 03.00 uur (Nederlandse tijd) treffen in de zestiende finale van het WK, staat er meer op het spel dan alleen een plek in de kwartfinale. Al dagen gaat het niet alleen over de vorm van Oranje, de snelheid van Achraf Hakimi of de kansen van Ismael Saibari. De wedstrijd heeft opnieuw een maatschappelijk debat aangewakkerd dat in Nederland bijna standaard terugkeert zodra Oranje tegenover Marokko staat.
Voor wie ben je?
Afellay zet de discussie opnieuw op scherp
De aanleiding was een opmerking van oud-Oranje-international Ibrahim Afellay. De voormalig middenvelder, die 53 interlands voor Nederland speelde, zei in De WK-Avond dat zijn hart tijdens deze wedstrijd bij Marokko ligt. Zijn ouders komen uit Marokko, zijn familie woont er en vanuit die verbondenheid hoopt hij op een Marokkaanse overwinning.
De uitspraak leidde vrijwel direct tot discussie. Presentator Jack van Gelder gaf toe dat hij het antwoord enerzijds begreep, maar anderzijds opvallend vond. Op sociale media ontstond opnieuw dezelfde vraag die al jaren terugkeert:
Kan iemand die Nederland vertegenwoordigde toch voor Marokko zijn?
Khalid Kasem: “Ik hoef niet tegen Nederland te zijn”
Ook jurist en presentator Khalid Kasem mengde zich in het debat. Op Instagram schreef hij dat hij tijdens deze wedstrijd voor Marokko is.
Niet omdat hij zich van Nederland afkeert.
Maar omdat Marokko onlosmakelijk onderdeel is van zijn identiteit.
Kasem beschrijft hoe hij diezelfde vraag al zijn hele volwassen leven krijgt. Na 11 september ging het over terrorisme. Daarna over integratie, de islam en radicalisering. Nu gaat het over voetbal.
“Ik hoef niet tegen Nederland te zijn om voor Marokko te kiezen,” schrijft hij. Volgens Kasem verandert de aanleiding steeds, maar blijft de onderliggende vraag dezelfde: waar ligt jouw loyaliteit?
Een oorlogsvraag
Volgens prof. dr. Gijsbert Oonk, hoogleraar Migratie, Burgerschap en Identiteit aan de Erasmus Universiteit, is dat precies het probleem.
Hij noemt de vraag “Voor welk land ben je?” zelfs een “negentiende-eeuwse oorlogsvraag”. Niet omdat voetbal oorlog is, maar omdat de vraag ervan uitgaat dat loyaliteit maar één richting op kan gaan. Alsof mensen moeten kiezen tussen twee identiteiten.
Volgens Oonk hebben miljoenen Nederlanders juist meerdere verbondenheden. Familie, cultuur, taal en afkomst sluiten burgerschap niet uit. De vraag is daarom geen onschuldige voetbalvraag, maar een loyaliteitstest die vooral aan Nederlanders met een migratieachtergrond wordt gesteld.
De ongemakkelijke hypocrisie
Juist daar wringt het.
Max Verstappen werd geboren in België. Toch vraagt vrijwel niemand hem of zijn loyaliteit eigenlijk bij België ligt.
Een Nederlander met Italiaanse ouders die voor Italië juicht, hoeft zelden uit te leggen waarom.
Supporters met Engelse of Duitse roots krijgen nauwelijks vragen over hun loyaliteit wanneer hun land tegenover Nederland staat.
Maar zodra een Nederlandse Marokkaan zegt dat hij voor Marokko is, verschuift het gesprek vrijwel direct van voetbal naar integratie, loyaliteit en dankbaarheid.
Waarom geldt die vraag blijkbaar niet voor iedereen?
Dat is precies de hypocrisie die deze wedstrijd opnieuw blootlegt.
Meer dan één identiteit
Voor veel Nederlanders met Marokkaanse wortels bestaat die tegenstelling helemaal niet.
Ze zijn geboren of opgegroeid in Nederland, werken hier, betalen belasting, spreken Nederlands en bouwen mee aan de samenleving. Tegelijkertijd voelen zij zich verbonden met het land waar hun ouders of grootouders vandaan komen.
Die twee werkelijkheden hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Juichen voor Marokko betekent niet automatisch dat iemand tegen Nederland is.
Zoals juichen voor Feyenoord niet betekent dat iemand Ajax haat, betekent een voorkeur voor Marokko niet dat de band met Nederland verdwijnt.
Meer dan een voetbalwedstrijd
Nederland tegen Marokko is daarom meer dan een sportwedstrijd.
Op het veld staan spelers die elkaar kennen uit de Eredivisie, uit Nederlandse jeugdopleidingen en soms zelfs uit dezelfde buurten. Op de tribunes zitten supporters met gedeelde familiegeschiedenissen, dubbele wortels en verschillende identiteiten.
Misschien is daarom niet de meest interessante vraag wie vannacht de kwartfinale bereikt.
Misschien is de belangrijkere vraag waarom sommige Nederlanders telkens opnieuw moeten uitleggen voor wie ze zijn, terwijl anderen die vraag nooit krijgen.
Dat zegt uiteindelijk misschien wel meer over het maatschappelijke debat in Nederland dan over de wedstrijd zelf.