Lees

Tielen koppelt islam aan lhbtiq-intolerantie, maar haar eigen onderzoek meet dat niet

Islamomroep Islamomroep 3 minuten lezen 124 keer gelezen
Tielen koppelt islam aan lhbtiq-intolerantie, maar haar eigen onderzoek meet dat niet

Staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs en Emancipatie, VVD) heeft in een debat in de Tweede Kamer gezegd dat het islamitische geloof “het minst tolerant” zou zijn. De uitspraak werd verspreid via een videofragment dat DENK-Kamerlid Dogukan Ergin op X deelde.

De bewindsvrouw baseerde zich op het onderzoek “De lhbtiq+-opvattingen van jongeren” van de Universiteit van Amsterdam, een rapport dat zij in maart 2026 zelf naar de Kamer stuurde. Het onderzoek, uitgevoerd in opdracht van haar eigen ministerie, analyseerde twee databestanden met samen ruim 31.000 scholieren van 12 tot 18 jaar.

Het rapport meet echter geen tolerantie, en zeker geen tolerantie van religies. Het legt opvattingen over een aantal concrete stellingen langs een schaal van conservatief tot progressief. De onderzoekers schrijven uitdrukkelijk dat die labels relatief zijn, betrekking hebben op de specifieke stellingen en geen oordeel vormen over individuele jongeren of hun overtuigingen.

Een centrale bevinding spreekt de koppeling tegen die in het debat vaak wordt gelegd. In beide databestanden vonden de onderzoekers geen zelfstandig verschil tussen jongeren met en zonder migratieachtergrond. Dat wijkt af van eerder onderzoek en is van belang, omdat “migratieachtergrond” in het publieke debat vaak wordt gelijkgesteld aan “moslim”.

Over moslimjongeren bevat het rapport wel cijfers, maar alleen in het kleinere bestand van 1.656 leerlingen, dat de onderzoekers zelf niet representatief noemen. Daarin scoren religieuze jongeren, ongeacht hun geloof, gemiddeld terughoudender dan niet-religieuze jongeren, en islamitische jongeren op enkele thema’s terughoudender dan christelijke en andersgelovige jongeren. Dat geldt voor de stelling dat geslacht vaststaat vanaf de geboorte (86 procent) en voor Paarse Vrijdag. Bij genderneutrale toiletten is er geen significant verschil tussen islamitische, christelijke en andersgelovige jongeren.

De sterkste samenhang met de opvattingen ligt niet bij religie, maar bij algemeen conservatisme en bij gender. Het effect van geloof noemen de onderzoekers klein tot middelgroot. Zij wijzen erop dat de steekproef vwo-leerlingen en niet-religieuze jongeren oververtegenwoordigt en jongeren met een migratieachtergrond ondervertegenwoordigt, en roepen op tot voorzichtigheid bij de interpretatie. Islamitische jongeren vormden 5,7 procent van die steekproef.

Critici stellen dat de samenvatting “de islam is het minst tolerant” niet uit het onderzoek volgt, omdat het rapport tolerantie van religies niet meet.

Tielen profileert zich als staatssecretaris die zich sterk maakt tegen geweld en discriminatie jegens lhbtiq+-personen. Bij de uitreiking van de Jos Brinkprijs in april zei zij nog dat de samenleving niet tolerant mag zijn tegenover intolerantie. Een reactie van het ministerie op de kritiek op haar uitspraak in het Kamerdebat is opgenomen zodra die beschikbaar is.

Bron onderzoek: Dekker, N. P., Bakker, B. N., Munniksma, A., Daas, R., & van der Maas, H. L. J. (2026). De lhbtiq+-opvattingen van jongeren: een empirische studie. Universiteit van Amsterdam, in opdracht van het ministerie van OCW.

Delen
Verder lezen

Meer nieuws

Alle artikelen →