Lees

De moskee die elk jaar opnieuw wordt geboren

Islamomroep Islamomroep 3 minuten lezen 159 keer gelezen
De moskee die elk jaar opnieuw wordt geboren

In het Malinese Djenné staat de grootste lemen moskee ter wereld. Eén keer per jaar komt heel de stad samen om haar te redden. Met emmers, modder en blote handen.

Stelt u zich het volgende voor. Een stad in de Sahel. De zon is net op. Op het centrale plein staat een moskee van klei, met drie minaretten en honderden palmhouten balken die als stekels uit de muren steken. Op deze ene ochtend trekt de hele stad eromheen. Mannen klimmen langs de balken omhoog. Kinderen rennen met emmers water. Vrouwen zingen. Imams reciteren de Koran. In één dag pleistert een hele bevolking met blote handen haar moskee opnieuw.
Welkom in Djenné, Mali. Het mooiste islamitische feest waar Europa nog nauwelijks van weet.

Een moskee van klei
De Grote Moskee van Djenné is het grootste lemen bouwwerk ter wereld. Sinds 1988 staat zij op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De eerste moskee op deze plek dateert uit de dertiende eeuw, toen sultan Koi Konboro tot de islam toetrad en zijn paleis omvormde tot gebedshuis. Het huidige gebouw werd in 1907 in dezelfde traditionele stijl opnieuw opgebouwd, helemaal uit banco. Dat is gedroogde modder, vermengd met rijstkaf en plantaardige vezels.

Prachtig, in het zachte zonlicht van de Sahel. Maar ook heel kwetsbaar. Elk regenseizoen wast een laag van de muren af. Zonder onderhoud is dit gebouw binnen een paar jaar terug in de aarde verdwenen.

Eén dag, duizend handen
Daarom gebeurt er ieder voorjaar iets bijzonders. Vlak voor de regentijd komt heel Djenné samen voor de Crépissage, het pleisterfeest. Dagen van tevoren maken de oudere vrouwen het mengsel klaar in grote kuilen, zodat het kan rijpen. Bij het eerste licht beginnen de jongens water aan te dragen.

Mannen klimmen langs de toron. Dat zijn de palmhouten balken die uit de muren steken en als permanente steiger dienen. Boven aangekomen pleisteren ze met blote handen de hoogste delen van de moskee. Beneden vormen kinderen een ketting van handen om de modder door te geven. Ouderen kijken toe vanuit de schaduw, mompelen gebeden en delen wijsheid uit. Vrouwen brengen thee en eten.
Trommels klinken. Wijken strijden vriendschappelijk om wie als eerste klaar is met hun stuk muur. Tegen zonsondergang ligt er een nieuwe, gladde, warmbruine huid van klei over de moskee. Klaar voor weer een jaar.

Wat dit zegt over islam
De Crépissage lijkt op het eerste gezicht folklore. Een mooie Afrikaanse traditie. Maar er gebeurt iets diepers. In de Koran staat: „De moskeeën van Allah worden onderhouden door wie geloven in Allah en de Laatste Dag.” (soera at-Tauba 9:18) In Djenné is „onderhouden” geen vroom woord. Het is een werkdag. Met emmers, modder en blije zang.

Zo wordt deze ene moskee een spiegel van de oemma zelf. Net als deze muren blijft ons geloof staan dankzij wat we er samen aan blijven bouwen, jaar in, jaar uit. Eén dag werken. Samen eten. Samen bidden. En aan het eind ervan iets wat regen, wind en tijd doorstaat.
In een tijd waarin moslims meestal in het nieuws verschijnen door conflict, doet Djenné het anders. Stil. Samen. En een heel jaar lang houdbaar.

Subhānallāh.

Achtergrond & bronnen
UNESCO World Heritage Centre. Old Towns of Djenné: whc.unesco.org/en/list/116
Aga Khan Trust for Culture: restauratie en behoud van Soedanees-Sahelische lemenarchitectuur.
Smithsonian Magazine en National Geographic: reportages over de jaarlijkse Crépissage de la Grande Mosquée.
Koran, soera at-Tauba (9:18): over het onderhouden van de moskeeën van Allah

Delen
Verder lezen

Meer nieuws

Alle artikelen →