Yeşilgöz wil landelijke regeling tegen boa met hoofddoek
Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) mogen binnenkort mogelijk nergens meer een hoofddoek of een andere religieuze uiting dragen.
Minister van J&V, groot tegenstander van religieuze uitingen bij geüniformeerde overheidsberoepen, wil dit middels een ministeriële regeling voor elkaar krijgen.
Het initiatief komt voort uit de zorgen die zij heeft dat verschillende gemeenten, waaronder Amsterdam en Utrecht, hun eigen regels hebben ingevoerd waarbij er juist expliciet ruimte is gecreëerd om religieuze uitingen te integreren in het uniform. Zoals dit overigens ook in onder meer de Verenigde Staten en Canada het geval is.
De minister en de Tweede Kamer stellen echter te streven naar neutraliteit en professionaliteit bij handhavers, inclusief boa’s.
De discussie draait om het waarborgen van een neutrale uitstraling, cruciaal voor de verantwoordelijkheden en bevoegdheden die gepaard gaan met het handhaven van de wet. Waarom dit in andere landen niet tot problemen leidt heeft de minister nog niet kunnen beantwoorden.
Eerder wilde zij het in een overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten regelen. Dat gesprek bleek vruchteloos.
De minister stelt nu dat alleen een wettelijke richtlijn de nodige orde kan scheppen en streeft ernaar nog voor de zomer een regeling te implementeren.